'Hij kan wachten', zo karakteriseerde kunsthistoricus Hans Jafféin 1972 de Haarlemse schilder Otto B. de Kat (1907-1995). Integenstelling tot zowel de impressionisten als de expressionisten,die snel en spontaan werkten, bleef De Kat net zo lang wikken enwegen tot hij het wezenlijke van wat hij om zich heen zag op zijndoek terugvond. Daarbij was het hem niet te doen om ongewoneof spectaculaire zaken. Hij schilderde juist die onderwerpenwaarmee hij zich door de dagelijkse omgang ten diepsteverbonden voelde: een gedekte tafel, een interieur met fauteuil,het uitzicht op een heuvellandschap in de Auvergne of een polderin Noord-Holland. In plaats van een vluchtige indruk of emotioneleweerslag tonen De Kats schilderijen een wereld van bezonkenbezieling, waarin geen tijd lijkt te bestaan.Met een selectie werken van tijdgenoten die eveneens 'de zielder dingen' probeerden vast te leggen, wordt in deze uitgave hetoeuvre van Otto de Kat in breder perspectief geplaatst. Samenmet de schilderijen van Jeanne Bieruma Oosting, WimOepts , Kees Verwey en anderen vormt het werk van De Kateen even sterke als constante onderstroom in de Nederlandsekunstgeschiedenis. Losgezongen van tijd en plaats bezit dezekunst een universele zeggingskracht, die de hedendaagse kijkeronverminderd inspireert en ontroert.