Dit boek behandelt de geschiedenis van de codificatie, een juridischverschijnsel dat al sinds de Romeinse oudheid bekend is, maar in deVerlichting zijn naam en zijn herkenbare gestalte heeft gekregen.De behandelde stof behoort tot het gebied van het publieke recht,ook al is gekozen voor de codificatie van het privaatrecht. Aan de ordekomen publiekrechtelijke vragen: Is een codificatie een noodzakelijkverschijnsel? Geeft zij de verlangde rechtszekerheid? Hoe is deverhouding tussen de wetgever die de codificatie vaststelt en derechter die haar uitlegt?Gekozen is voor een opzet waarin de codificatiegeschiedenis van eenaantal landen van West-Europa (Italië, Frankrijk, Duitsland, Nederlanden Zwitserland) met elkaar wordt vergeleken. De gemeenschappelijkeWest-Europese geschiedenis komt aan de orde in de twee hoofdstukkenover het Natuurrecht en het Romeinse recht. Een afzonderlijk hoofdstukis gewijd aan Engeland dat geen codificatie kent. De hoofdstukken staanop zichzelf en kunnen afzonderlijk worden gelezen.Het boek is bedoeld als leerboek en richt zich niet alleen tot derechtenstudenten maar ook tot studenten in de historische en algemeenmaatschappelijke vakgebieden en - meer in het algemeen - tot aldegenen die in het recht en de geschiedenis zijn geïnteresseerd.